Liedteksten Peuter-CD

 

01. Tussen Keulen en Parijs leidt de weg naar Rome 
Al wie met ons mee wil gaan, die moet onze manieren verstaan
zo zijn onze manieren, zo zijn onze manieren,
zo zijn onze manieren, manieren, zo zijn onze manieren

02.
Hansje Pansje kevertje die klom eens op een hek
neer viel de regen en spoelde Hansje weg
op kwam de zon en die maakte Hansje droog
Hansje Pansje kevertje die klom toen weer omhoog

03.
Rijen, rijen, rijen in een wagentje,
en als je dan niet rijen wil dan draag ik je
Rijen, rijen, rijen in een wagentje,
en als je dan niet rijen wil dan draag ik je

04. Daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen, die wou gaan varen
daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen als lichtmatroos
Zij moest klimmen in de mast, maken de zeilen, maken de zeilen
Zij moest klimmen in de mast, maken de zeilen met touwtjes vast

05.
Roodborstje tikt tegen 't raam tik-tik-tik
laat mij er in, laat mij er in
't is hier te guur en te koud naar mijn zin
laat mij er in, laat mij er in
't meisje deed open en strooide uit haar schoot
kruimeltjes suiker en kruimeltjes brood
Dat was het roodborstje wel naar de zin
en vloog het bos toen weer in

06.
Jan Toerelesjoer, je benen, je benen
Jan Toerelesjoer, je benen van de vloer
Jan Toerelesjoer, je benen, je benen
Jan Toerelesjoer, je benen van de vloer

07.
Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen, meisjes op de klompen
meisje op je houten been, rij maar door mijn straatje heen
van je ras-ras-ras, rijdt de koning door de plas
van je voort-voort-voort, rijdt de koning door de poort
van je erk-erk-erk, rijdt de koning door de kerk
van je een, twee, drie

08.
Advocaatje ging op reis, tiereliereliere,
Advocaatje ging op reis, tierelierelom
Met zijn hoedje op zijn arm, tiereliereliere,
met zijn hoedje op zijn arm, tierelierelom

Voor een herberg bleef hij staan, tiereliereliere,
Voor een herberg bleef hij staan, tierelierelom
Met zijn hoedje op zijn arm, tiereliereliere,
met zijn hoedje op zijn arm, tierelierelom

Stokvis kreeg hij bij 't ontbijt, tiereliereliere,
stokvis kreeg hij bij 't ontbijt, tierelierelom
Met zijn hoedje op zijn arm, tiereliereliere,
met zijn hoedje op zijn arm, tierelierelom

09.
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot
De sloot was toen bevroren, de kikkertjes waren dood
Ze kwekten niet ze kwaakten niet van honger en verdriet
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot

10.
Schuitje varen over de zee, zeg meisje ga je mee, zeg meisje ga je mee
en als je dan niet mee wil gaan, moet je uit m'n schuitje gaan
Varen varen over de baren, varen varen over de zee
Varen varen over de baren, varen varen over de zee, tabé

11.
Zeg Roodkapje waar ga je hene, zo alleen, zo alleen
Zeg Roodkapje waar ga je hene, zo alleen
'k Ga naar grootmoeder koekjes brengen, in het bos, in het bos
'k Ga naar grootmoeder koekjes brengen, in het bos
In het bos zijn de wilde dieren, in het bos, in het bos
In het bos zijn de wilde dieren, in het bos
'k Ben niet bang voor de wilde dieren, 'k ben niet bang, 'k ben niet bang
'k Ben niet bang voor de wilde dieren, 'k ben niet bang
'k zal eens zien of jij niet bang bent 'k zal eens zien, 'k zal eens zien
'k zal eens zien of jij niet bang bent 'k zal eens zien

12.
Zakdoekje leggen, niemand zeggen
'k heb de hele nacht gewaakt, twee paar schoenen afgemaakt
een van stof en en een van leer, hier leg ik mijn zakdoekje neer

13.
Ik kom uit verre landen, magom-magom-magommetje
ik kom uit verre landen, magommetje
Wat heb je voor me meegebracht, magom-magom-magommetje
wat heb je voor me meegebracht, magommetje
Een doos met chocolade, magom-magom-magommetje
een doos met chocolade, magommetje

14.
Alle eendjes zwemmen in het water, falderalderiere, falderalderare
Alle eendjes zwemmen in het water, fal-fal-falderaldera

15.
Boer wat zeg je van mijn kippen, boer wat zeg je van mijn haan
hebben ze dan geen mooie veren, of staat jou de kleur niet aan
Boer wat zeg je van mijn kippen, boer wat zeg je van mijn haan

16.
Jan Huygen in de ton, met een hoepeltje erom
Jan Huygen, Jan Huygen en de ton die viel in duigen

17.
EEN-TWEE-DRIE-VIER!
Een, twee, drie, vier, hoedje van, hoedje van
Een, twee, drie, vier, hoedje van papier
Als het hoedje dan niet past, zet hem in een glazen kast
Een, twee, drie, vier, hoedje van papier
heb je dan geen hoedje meer, maak er een van bordpapier
Een, twee, drie, vier, hoedje van papier

18.
'k Zag twee beren broodjes smeren, oh het was een wonder
't was een wonder boven wonder, dat die beren smeren konden
hi-hi-hi, ha-ha-ha, 'k stond er bij en ik keek er naar

'k zag twee slangen de was ophangen, oh het was een wonder
't was een wonder boven wonder, dat die slangen wassen konden
hi-hi-hi, ha-ha-ha, 'k stond er bij en ik keek er naar

'k Zag twee koeien bootje roeien, oh het was een wonder
't was een wonder boven wonder, dat die koeien roeien konden
hi-hi-hi, ha-ha-ha, 'k stond er bij en ik keek er naar

'k Zag twee kraaien 't koren maaien, oh het was een wonder
't was een wonder boven wonder, dat die kraaien maaien konden
hi-hi-hi, ha-ha-ha, 'k stond er bij en ik keek er naar

19.
Wie gaat er mee, wie gaat er mee, naar de berg van St. André
en daar wonen zoveel kindertjes, en die leven daar in gloria, victoria!

20.
Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman
Zeg ken jij de mosselman, die woont in Scheveningen
Ja ik ken de mosselman, de mosselman, de mosselman
Ja ik ken de mosselman, die woont in Scheveningen
Samen kennen wij de mosselman, de mosselman de mosselman
Samen kennen wij de mosselman, die woont in Scheveningen

21.
Op de Bibelebonse berg wonen Bibelebonse mensen
en die Bibelebonse mensen hebben Bibelebonse kind'ren
en die Bibelebonse kind'ren eten Bibelebonse pap
met een Bibelebonse lepel uit een Bibelebonse nap

22. Dat gaat naar den Bosch toe, zoete lieve Gerritje,
dat gaat naar den Bosch toe, zoete lieve meid
Wie zal dat betalen, zoete lieve Gerritje,
wie zal dat betalen, zoete lieve meid
De eerste boer de beste, zoete lieve Gerritje,
de eerste boer de beste, zoete lieve meid
en als die boer geen geld heeft, zoete lieve Gerritje,
en als die boer geen geld heeft, zoete lieve meid
dan trekken we hem zijn jas uit, zoete lieve Gerritje,
dan trekken we hem zijn jas uit, zoete lieve meid
zo een boer is geld waard, zoete lieve Gerritje,
zo een boer is geld waard, zoete lieve meid

23. Daar zat een aapje op een stokje achter moeders keukendeur
er zat een gaatje in zijn rokje en daar stak zijn staartje deur

24. In een groen, groen, groen knollen-knollenland,
daar zaten twee haasjes heel parmant
en de een die blies de fluite-fluite-fluit,
en de ander sloeg de trommel
daar kwam opeens een jager-jagersman,
en die heeft er een geschoten
en dat heeft zoals je denken-denken-kan
de andere zeer verdroten

25. Toen onze Mop een mopje was,
was 't aardig hem te zien
nu bromt hij alle dagen
en bijt nog bovendien
waf-woef-waf-woef-waf-woef-waf-woef
en bijt nog bovendien
nu bromt hij alle dagen,
en bijt nog bovendien

26.
In Holland staat een huis, in Holland staat een huis
In Holland staat een huis ja ja, van je tjingela tjingela hopsasa
In Holland staat een huis, in Holland staat een huis

27.
Hop Marjanneke, stroop in 't kanneke, laat de poppetjes dansen
gisteren was de prins in 't land en nu die kale Fransen
Hop Marjanneke, stroop in 't kanneke, hop Marjanneke Jansen
Hij wiegt het kind en hij roert de pap en laat de poppetjes dansen

28.
Groen is 't gras, groen is 't gras, onder mijne voeten
'k heb verloren m'n beste vriend, 'k zal 'm zoeken moeten
hé daar, plaats gemaakt, voor de jonge dame
en de koekoek op het dak, zingt een lied op zijn gemak
oh, mijn lieve Augustijn, deze dame zal hem zijn

29.
Elsje Fiderelsje zet je klompjes bij 't vuur
moeder bakt pannenkoeken maar het meel is zo duur
tingelingelinge lange koek, stroop met rozijnen
tingelingelinge pannenkoek, kom je op bezoek

30.
Alles in de wind, alles in de wind, daar loopt een schipperskind,
Alles in de wind, alles in de wind, daar loopt een schipperskind
kom hier Rosa, je bent mijn zusje, je bent mijn zusje
kom hier Rosa, je bent mijn zusje, jaja
Oh wat spijt, oh wat spijt, nu ben 'k m'n zusje kwijt
Oh wat spijt, oh wat spijt, nu ben 'k m'n zusje kwijt
kom hier Rosa, je bent'n ander, je bent'n ander
kom hier Rosa, je bent'n ander, ja-ja
Onder bij die brug, onder bij die brug, vond ik m'n zusje terug
Onder bij die brug, onder bij die brug, vond ik m'n zusje terug
kom hier Rosa, je bent mijn zusje, je bent mijn zusje
kom hier Rosa, je bent mijn zusje, ja-ja

31.
Ienemiene mutte, tien pond grutten,
tien pond kaas, ienemiene mutte is de baas

32.
Mooi Ietje Fietje trek je baljurk aan,
dan zullen wij samen naar het bal toe gaan
nee meneer, ik dank u zeer, de polka is geen mode meer
bovendien ik heb een man, die mij de polka leren kan

33.
Onder moeders paraplu, liepen eens twee kindjes,
Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes
en de regen ging van tik-tak-tik, en de klompjes gingen van klik-klak-klik
onder moeders paraplu, onder moeders paraplu 2x

Toen kwam Jan de wind er aan, die blies eerst heel zoetjes
Hanneke en Janneke de regen in hun snoetjes
en Jan de wind die rukt' en trok, en op en neer daar ging de stok
van moeders paraplu, van moeders paraplu 2x

34.
Kaatje ben je boven, ja mevrouw
'k zal je wat beloven, goed mevrouw
tien pond suiker, vijf flessen wijn, wat zullen we vanavond vrolijk zijn
doe dat in een keteltje, roer dat met een lepeltje
oh, wat zal dat lekker zijn, oh wat zal dat lekker zijn

35.
Tierelierelier wat ga je kopen, tierelierelier bij de kruidenier
een pond suiker een pond meel, en een busje met kaneel
Tierelierelier, tierelierelier, goeie morgen kruidenier
Tierelierelier wat ga je kopen, tierelierelier bij de kruidenier
een pond bonen een pond zeep, en een chocoladereep
tierelierelier, tierelierelier, goeie morgen kruidenier

36.
'k heb mijn wagen volgeladen, vol met oude wijven
toen zij op de markt kwamen, begonnen zij te kijven
nu neem ik van mijn levensdagen geen oude wijven op mijn wagen
hop paardje hop, hop paardje hop

'k heb mijn wagen volgeladen, vol met oude mannen
toen zij op de markt kwamen, begonnen ze sa'am te spannen
nu neem ik van mijn levensdagen geen oude mannen op mijn wagen
hop paardje hop, hop paardje hop

'k heb mijn wagen volgeladen, vol met jonge meisjes
toen zij op de markt kwamen zongen zij als sijsjes
nu neem ik van mijn levensdagen steeds jonge meisjes op mijn wagen
hop paardje hop, hop paardje hop

37.
Schipper mag ik overvaren, ja of nee
moet ik dan een cent betalen, ja of nee
Schipper mag ik overvaren, ja of nee
moet ik dan een cent betalen, ja of nee

38.
Drie maal drie is negen, en ieder zingt zijn eigen lied
Drie maal drie is negen, en ieder zingt zijn lied 2x

39.
In den Haag daar woont een graaf
en zijn zoon heet Jantje
als je vraagt waar woont je pa,
wijst hij met zijn handje
met zijn vingertje en zijn duim,
op zijn hoed draagt hij een pluim
aan zijn arm een mandje,
dag mijn lieve Jantje

40.
Altijd is Kortjakje ziek,
midden in de week maar 's zondags niet
's-Zondags gaat zij naar de kerk,
met een boek vol zilverwerk
Altijd is Kortjakje ziek,
midden in de week maar 's zondags niet

41.
Klikspaan, halve maan,
je mag niet door mijn straatje gaan
't hondje zal je bijten,
't poesje zal je krabbelen
dat komt van al je babbelen

42.
Daar liep een oude vrouw op straat,
jutekei-jutekei-jutekei-sa-sa
en waar die oude vrouw ook liep,
vergat zij haar rode mutsje niet
jutekei-jutekei-jutekei-sa-sa, jutekei-sa-sa

43.
Klein klein kleutertje wat doe je in mijn hof,
je plukt er alle bloempjes af en maakt het veel te grof
Och, mijn lieve mamaatje, zeg het niet tegen papaatje
ik zal zoet naar school toe gaan, en alle bloemetjes laten staan

44.
Op een klein stationnetje, 's-morgens in de vroegte
staan er zeven wagentjes netjes op een rij
en het machinistje, draaide aan het wieletje
hakke-hakke-puf-puf, weg zijn zij

45.
Klap eens in je handjes, blij-blij-blij
op je boze bolletje, allebei
draai het wieltje nog eens om, klap maar in je handjes
zet je handjes in je zij, op Je bolletje allebei
Zo varen de scheepjes voorbij, zo varen de scheepjes voorbij

46.
Poesje mauw, kom eens gauw, ik heb lekkere melk voor jou
en voor mij rijstebrij, oh wat heerlijk smullen wij
poesje is ziek, reumatiek, wat zegt dokter Jantje
stop hem gauw, voor de kou, in zijn warme mandje

47. Als hier een pot met bonen staat en daar een pot met brie
dan laat ik brie en bonen staan en dans met mijn Marie
Marie-mara-maruschja-ka-ka, Marie-Marie-ma-ra
Marie-mara-maruschja-ka-ka, Marie-Marie-ma-ra

48. Zagen, zagen, wiede-wiede-wagen,
Jan kwam thuis om een boterham te vragen
Moeder was niet thuis, vader was niet thuis,
piep zei de muis in het voorhuis

49. Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek, boven op een hek
Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek, op een mooie warme dag in september
Waarover spraken zij, die drie daar op het hek, boven op dat hek
Waarover spraken zij, die drie daar op het hek, op die mooie warme dag in september
't was over krekeltjes en korenbloemen blauw, korenbloemen blauw
't was over krekeltjes en korenbloemen blauw, op die mooie warme dag in september

50. Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap
een schaap met vier witte voetjes, dat drinkt zijn melk zo zoetjes
Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap